Verplichte eerstedagsmelding vanaf 2006:
In haar streven om illegale arbeid en zwartwerken tegen te gaan, voert de Nederlandse overheid in 2006 de verplichte eerstedagsmelding in. De hoofdregel hiervan luidt als volgt:
De werkgever moet een nieuwe werknemer aanmelden bij de Belastingdienst, uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag waarop de werkzaamheden aanvangen. Voor situaties waarbij het aangaan van de dienstbetrekking en de aanvang van de werkzaamheden op dezelfde dag vallen, is een uitzondering op de hoofdregel van toepassing. De eerstedagsmelding moet dan op diezelfde dag plaatsvinden, maar voor aanvang van de werkzaamheden.
De werkgever zal aannemelijk moeten maken dat deze uitzondering op de hoofdregel onvermijdelijk was. Het niet nakomen van de eerstedagsmeldingsplicht kan tot een naheffingsaanslag en boete leiden. De wijze waarop de eerstedagsmelding vorm zal krijgen, wordt nog nader uitgewerkt.
Wel zult u als werkgever rekening moeten houden met een aantal noodzakelijke gegevens, hierbij moet u denken aan de naam, adres en woonplaats van de werknemer, maar ook het sofi-nummer en de geboortedatum zullen uiteraard van belang zijn. Het correct verzamelen van deze gegevens zal nog meer als nu het geval is, van belang zijn voor het daadwerkelijk aangaan van het dienstverband met een werknemer.
Nieuw besluit voor 30% regeling:
Onlangs heeft staatssecretaris Wijn van Financiën in een besluit de 30% regeling geactualiseerd en opgeschoond. Vele vragen over de toepassing ervan worden hierdoor beantwoord. De belangrijkste punten uit dit besluit zijn:
- Loon in natura valt ook onder de grondslag van de 30%-regeling als het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is.
- Een loonbestanddeel waarover per abuis geen loonheffing is betaald en waarover nageheven wordt, valt ook onder de grondslag voor de regeling. Dit moet dan wel specifiek in de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen.
- Ook een eindheffingbestanddeel valt onder de grondslag. Het moet daarbij wel om loon uit tegenwoordige dienstbetrekking gaan.
- Een nabetaling (bijvoorbeeld een gratificatie na uitdiensttreding) valt ook onder de grondslag. Dit moet ook weer zijn overeengekomen in de arbeidsovereenkomst en het recht op de bonus moet dan wel bestaan gedurende de looptijd van de
30%-regeling.
De 30%-regeling is een speciale regeling voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Onder voorwaarden kunt u hen namelijk mogelijk een onbelaste vergoeding van 30% van het loon inclusief vergoeding geven (dus 30/70 van het loon exclusief vergoeding) voor extra te maken kosten voor verblijf buiten het land van herkomst.
Recht op verlof:
Werknemers hebben voortaan recht op onbetaald verlof om te zorgen voor hen doodzieke partner, kind of ouder. De werkgever kan dit zogeheten langdurend zorgverlof niet weigeren. Een uitzondering hierop is wanneer de werkgever aantoonbaar kan maken dat er een ‘zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang’ in het spel is. Volgens het langdurend zorgverlof kunnen werknemers in twaalf achtereenvolgende maanden maximaal zes werkweken vrijaf nemen. Bij voorkeur dient het verlof in deeltijd te worden opgenomen. Zo kan gedurende twee of drie maanden de werkweek worden gehalveerd of worden teruggebracht tot eenderde.

